Geen producten gevonden...

Geschiedenis Boskoop

Geschiedenis Boskoop

De vroegste vermelding van Boskoop stamt uit 1222. In het begin van dat jaar stelt Willem I, de
veertiende graaf van Holland, een akte op waarin hij de abdis van de Abdij van Rijnsburg 100 pond
schenkt. De abdis zal met dit bedrag een schuld aan Gijsbrecht van Amstel en zijn familie aflossen.
Hierdoor komt de abdij 'ten eeuwige dagen' in het bezit van 's graven goederen in Buckeskop.
Algemeen wordt aangenomen dat met deze naam de veenontginningen - copes genaamd - in Boskoop
worden aangeduid. De naam 'Bucke' behoort waarschijnlijk aan een uit Friesland afkomstige houder
van een cope. Uit de tekst van de akte kan worden afgeleid dat het bezit van de graaf in Boskoop al
een zodanige omvang heeft dat het als onderpand kan dienen. Het exacte jaar van het ontstaan van
Boskoop is niet bekend, maar zal rond 1210 kunnen zijn. In 1233 lost de abdis de schuld aan de Van
Amstels af en krijgt de zeggenschap in het ambacht Boskoop.

In die tijd waren de Boskoopse boeren voornamelijk zelfvoorzienend: ze kweekten bomen die ze
nodig hadden voor bijvoorbeeld heggen en windschutten. Van sierteelt was nog geen sprake. Voor de
Abdij van Rijnsburg die een vergroting en verbetering van haar boomgaarden nastreefde, werd het
aantrekkelijk meer bomen te telen dan nodig was voor eigen gebruik. De Abdij heeft dan ook
waarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld bij het uitbreiden van de boomteelt. De oudste rekening
voor geteelde vruchtbomen dateert uit het jaar 1466. In de 16e en 17e eeuw schakelden de Boskoopse
boeren meer en meer over op de teelt van andere bomen dan vruchtbomen en deden sierheesters hun
intrede. In de laatste helft van de 19e eeuw kwam in Nederland en daarmee in Boskoop de export van
boomkwekerijproducten op gang. De Duitsers waren de eerste afnemers. Omstreeks 1890 begon de
export naar de oostelijke staten van de USA.
 

Het kweken van bomen loopt als een rode draad door de Boskoopse geschiedenis. Het ontstaan en
belang van de boomkwekerijen in Boskoop heeft alles te maken met de bodemgesteldheid in het
gebied. Boskoop is, net als de rest van de huidige Randstad, ontstaan uit een met een dikke veenlaag
bedekt moeras. In de tijd dat de Abdij van Rijnsburg de eigenaresse van Boskoop was, ontdekten de
stedelingen dat dit veen, als het afgegraven en gedroogd was, de brandstof turf opleverde. Voor de
stedelingen, die toen nog niet over kolen, olie of gas beschikten, was deze turf van groot belang. In
eerste instantie werd rondom de steden de bovenste veenlaag afgegraven voor de turfwinning. Later
werd er steeds dieper afgegraven. Bij veel steden ontstonden daardoor veenplassen. Een goed
voorbeeld hiervan vormen de Reeuwijkse Plassen. Boskoop lag te ver weg voor de stedelingen die
zich in die tijd alleen te voet verplaatsten. Hierdoor bleef het veen in Boskoop ongerept. Bovendien
liet de Abdij van Rijnsburg geen vervening toe. Hier profiteert Boskoop nog altijd van, want de
ongerepte veengronden van Boskoop vormen een perfecte voedingsbodem voor bomen en planten.
 

De boomkwekerijen lagen in Boskoop maar net boven het waterpeil. Om de kwekerijen droog te
houden, groef men tussen de kavels het veen weg en deponeerde dit op het land. Op die manier
ontstond aanvankelijk 2000 kilometer sloot. Pas na de oorlog kwam de aanleg van drainage
(onderbemaling) op gang om het overtollige water af te voeren. Later werd het vervoer over water te
ingewikkeld en daarmee te tijdrovend. Om die reden zijn ongeveer de helft van de sloten gedempt,
smalle kwekerijen samengevoegd en ontsloten door nieuwe wegen. Toch wordt ook het Boskoop van
nu nog gekenmerkt door de vele slootjes.
 

Grootste aaneengesloten sierteeltgebied ter wereld
Tegenwoordig is Boskoop het grootste aaneengesloten sierteeltgebied ter wereld en vinden de
Boskoopse boomkwekerijproducten hun weg over de hele wereld. Een groot deel van de
Boskoopse bevolking is dan ook werkzaam in de boomkwekerij en de daarmee samenhangende
bedrijven. Bij deze laatste bedrijven kunt u denken aan bedrijven die zich richten op de aanvoer,
bewaring, verkoop en verzending van sierteeltproducten. Een goed voorbeeld is het International
Trade Center aan de Hoogeveenseweg. Hier ligt ook het Plantariumgebouw, waar beurzen en
evenementen worden georganiseerd die internationale bekendheid hebben.

Pot- en containerteelt
De Boskoopse veengrond is nog altijd belangrijk voor de Boskoopse boomteelt. Daarnaast speelt
de pot- en containerteelt een belangrijke rol. Deze manier van kweken ontstond na de oorlog als
reactie op de wensen van de markt. In die tijd groeide namelijk het aantal eigen huis- en
tuinbezitters en gingen de inmiddels ontstane tuincentra de particuliere markt bedienen. Hierdoor
werd het voor leveranciers en afnemers van boomkwekerijproducten een bezwaar dat bomen en
planten alleen in winterrust konden worden verplant. Zo ontstond de potcultuur, oftwel de kweek
van producten in containers. In Boskoop worden deze containers meestal "potten" genoemd. De
boom in pot, met daarin een aangepast grondmengsel, staat boven de grond en heeft geen contact
meer met het veen. Via een computergestuurd buizenstelsel wordt de pot van water en
voedingsstoffen voorzien. De Boskoopse bomen kunnen door deze teelwijze het gehele jaar
worden geleverd, behalve bij vorst.

Hefbrug van Boskoop Hefbrug van Boskoop

 
Luchtfoto Boskoop Boskoop van boven

Planten over het water Plantenvervoer over water

 

Geschiedenis Boskoop

 

Door het gebruiken van onze website, ga je akkoord met het gebruik van cookies om onze website te verbeteren. Dit bericht verbergen Meer over cookies »